Dag 10 – donderdag 15 juni 2017.

 

Een reisdag van zo’n 230 km; in Nederland zonder files een makkie. Hier is het wel heel anders; geen files maar ook geen mogelijkheid om kilometers te maken.
Het vertrek in de regen vanaf Whistler ging voorspoedig; het was alleen koud (onder de 10 graden). Gelukkig is er een uitstekende verwarming in de camper; tijdens het ontbijten is daar goed gebruik van gemaakt.

Het werd een reis ‘over de top van de berg’ , Highway 99 met heel weinig verkeer. Met veel haarspeldbochten, naast de weg de dieptes (nee, geen vangrails) met boomtoppen of watergekletter en de hoge bergen rondom. Als je uitstapte voelde je de vrieskou; en op één parkeerplaats kwamen we met de voeten in de sneeuw te staan.
Highway 99 (vele tientallen kilometers lang) is op verschillende punten afsluitbaar; door rond te kijken begrijp je dat dit is vanwege lawinegevaar. Er is geen telefoonverkeer mogelijk; er zijn geen elektriciteitsdraden en ook de huizen ontbreken in deze regio. Onze gemiddelde snelheid lag rond de 40 kilometer.

En dan verandert alles om je heen; het gebied van de goudzoekers komt in beeld. Veel minder bomen, van die ronde bosjes waarvan je hoopt dat ze net zoals in de film rondtollen op de bergwand (nee, dat gebeurde niet), en wat koeien en paarden. Veel welvaart is hier zo te zien niet; de huizen zijn vaak oude caravans of houten huisjes die wel een likje verf kunnen gebruiken. De afstand tussen de 2 benzinestations is ruim 80 kilometer.

De reservering voor deze dag was gemaakt bij Hat Creek Ranch. Het is een museum met een paar kampeerplekken. De geschiedenis van deze ranch begint zo’n beetje in 1861; het werd daarna één van die herbergen waar men de paarden verwisselde en waar men zich kon laven aan eten en drinken. Ook de slaapkamers ontbraken niet. Als je een keer in het openluchtmuseum in Arnhem bent geweest doet dit wat kneuterig aan. En het roept vragen op; waarom bijvoorbeeld van die dunne buitenwandjes als het ’s winters zo hard vriest? Rond 1916 (het hoogtepunt, er kwam een verdieping bij in het gebouw) was men in Europa al een stuk verder met de isolatie van huizen……

De ranch is leuk om te zien; alleen denk ik dat voor Europese begrippen de 10 euro entree voor een herberg uit het begin van 1900 aan de hoge kant is. Alle medewerkers (in klederdracht) zijn erg gastvrij en vertellen vol ontzag over de geschiedenis van deze ranch, dat is zeker een compliment waard. Wij hebben genoten van deze gastvrijheid. Er hoort ook nog een indianenkamp bij, maar daar zijn wij weggevlucht voor….de muggen.

Door een te beperkt wifi worden de foto's van deze dag bij elkaar gezet.

 

bergmeer met ijs sneeuw bergmeer
rivier onze plek op de ranch oud fornuis
tipi museum hut gelagkamer

 

Al met al een heel bijzondere kampeerplek. Misschien morgen eindelijk een beer voor de lens?

Dag 8 – dinsdag 13 juni 2017.

 
ons zithoekje

Vandaag een hele dag doorgebracht op de camping van Porteau Cove.

Soms rijd je voorbij een mooie plek en je stopt om er van te genieten;

en je vindt het jammer dat je weer verder moet rijden.

Het voordeel van dit soort campings is dat je veel langer

van zo’n mooi stukje kunt genieten.

En dat was de bedoeling van al de reserveringen

die deze winter gemaakt werden.

In Porteau Cove zijn ca. 15 plekken meteen aan het water;

en die plekken zijn voor dit hele seizoen al gereserveerd.

genieten

 

 


Wat betreft de kampeer-onderkomens die er op de campings staan: een variatie van kleine tentjes tot joekels van dingen (bussen) met een auto op de sleep erachter aan. Je kunt het niet vergelijken met Europa, hier zijn geen grasveldjes voor je tent maar elke plek is bezaaid met gravel.

 

het was eb 

De plekken zijn wel redelijk horizontaal; volgens onze camperboer zijn er geen ‘bananen’ nodig om de camper recht te plaatsen.

 

De caravans zijn er in alle maten; zelfs een Tabbert (kleiner dan ons Kipje) stond er ergens te pronken.

 

Niemand heeft een voortent; op gravel zal dat ook niet prettig zijn. Wel veel zeiltjes die tussen de bomen gespannen worden en waar men de tafel onder zet.

 

Elke avond worden er van die stinkende houtvuurtjes aangestoken; met bijpassende rook. En dan de kerstboomverlichting, daar is men hier gek op……Die worden buiten tussen de blaadjes van de bomen gespannen.

 

Opvallend is ook dat er veel honden op de campings zijn; misschien hoort dat bij het kamperen?

 

 

 

 

   

Als je je afvraagt waar de wiilde dieren blijven, dat vragen wij ons ook af. Op elke camping hebben wij waarschuwingen voor de beren gekregen. Maar de enige ‘wilde’ beesten die wij hier geschoten hebben zijn de vogels en de eenden; ik ben nu wel benieuwd waar die beren blijven. Als hier zoveel beren zijn dan waren er niet zoveel honden…….

gaai1 soort mus kolibrie gaai2

 

 Vandaag 2 uurtjes rijden naar Whistler, en dan hopen op droog weer om 2 kabelbaantochten naar de toppen van de bergen te maken.