Dag 15 – dinsdag 20 juni 2017
Jasper en een rustdag (dachten wij).
’s Morgens werden wij gewekt met zon; een prima begin van een rustige dag. De planning was snel gemaakt; rond 15:00 uur een tochtje van ca. 70 km naar Lake Maligne. Het is het grootste gletsjermeer van de Rockies. Het meer is vooral bekend door het ansichtkaartpanorama van een boothuis met felrood dak. De reden om er zo laat heen te gaan is het parkeren. Thuis hadden wij al gelezen dat veel mensen terug gingen omdat er te weinig parkeerplekken zijn. Onze schatting was dat er rond 15:00 uur wel parkeerplekken over zouden zijn (en dat klopte).
Daarom werd er in de ochtend lekker geluierd; stoel in de zon, beker koffie ernaast en de e-reader in de hand. Alles was heel rustig om ons heen; geen stekende muggen, maar wel….. een coyote. Ineens trippelde daar op 2 meter afstand een coyote voorbij. Dat beestje keek even heel verstoord naar ons met een blik van “Wat doen jullie daar op mijn route? ”. Wij keken heel verbaasd terug en hebben er nog steeds spijt van dat de fototoestellen in de camper lagen.
Rond 14:00 uur werd alles in de camper rij-vast gezet; onze bergschoenen aan, zonnebril op en rijden maar. Na 30 km onze eerste stop; een meer dat in poreus kalkgesteente leeg sijpelt in onderaardse karstgrotten. Ongeveer 16 kilometer verder komt het weer aan de oppervlakte. Toen wij uitstapten voor de eerste foto begon het meteen te druppelen; dat betekende grijze foto’s en een nat hoofd. Het druppelen werd plenzen, ook toen wij bij het meer aankwamen. Bussen vol met mensen stopten er. Leuk om te zien dat iedereen vanuit de bus meteen een sprintje trok naar het restaurant. Wij niet, de regenjacks gingen aan en de fototoestellen gingen als een buidel onder de jas. Het meer is volgens mij erg mooi als de zon er op schijnt……. De achterliggende bergen met hun mooie sneeuwtoppen waren niet te zien door de wolken. Na een uurtje hadden we het wel gezien; terug naar de campground.
Onderweg naar de camping passeerden wij nog een attractie; de Maligne Canyon. De zon scheen weer, de parkeerplaats was gemakkelijk te bereiken, dus hier even kijken kon geen kwaad. En dat hebben wij geweten… Het is een prachtige omgeving met ‘niet-voor-aan-hoogtevrees-lijdende-mensen’ uitgezette wandelroutes. Wij kozen (dachten wij) voor een rondje van 2 kilometer. De eerste brug werd gepasseerd met de mond open van verwondering. Wat een dieptes waar het water doorheen kolkt.
Daarna de 2 km-route naar beneden verder gevolgd. Mij ging het lopen naar beneden erg slecht af op die modderige steile paden en de nordick-stokken lagen helaas in de camper. Toch maar doorgaan, en goed vasthouden als er een reling was. Het is maar twee kilometer….. Al met al werden het geen 2 km maar ruim 6 km. Over, in onze ogen, levensgevaarlijke klauterpaden naast een snel stromende rivier waar je niet in terecht moet komen. De schuld van al die kilometers ligt volgens ons aan de slechte bewegwijzering; hele kleine bordjes waar je zonder leesbril niet wijzer van wordt. Wat waren wij moe en wat was de weg terug lang. Eerst waren wij de hele berg naar beneden gelopen en toen moesten wij weer nagenoeg dezelfde weg terug naar boven. Het had veel geregend; alles was glibberig en modderig. Rond 19:30 uur kwam de camper weer in zicht.
Dat werd vlug terug rijden naar de camping om uit te rusten. Koken zat er niet meer in. En wat zie je dan op de camping bij het ‘dumpstation’? Mijn Hollandse ogen dachten eerst losgebroken veulens te zien, maar na een opmerking van Henk zag ik dat het ‘elken’ (wapitihert) waren. (zie de foto). De grootte en de kleur lijken op een afstandje wel wat op jonge veulens maar de achterkant van ze is beduidend anders. Als je daarna ook nog vlakbij een regenboog krijgt waarvan de pot met goud zowat voor het grijpen ligt is de vermoeidheid van die dag snel vergeten.
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|